Inhoudsopgave
Een lichte trilling om je pols, een melding op je scherm: “Je stressniveau is verhoogd!” Steeds meer smartwatches (wearables) en apps claimen dat ze stress kunnen meten aan de hand van je hartslag, ademhaling of huidgeleiding. Handig, lijkt het, een digitale waarschuwing nog vóór je jezelf gespannen voelt.
Maar hoe betrouwbaar zijn die metingen eigenlijk? En wat zeggen ze écht over je mentale toestand?
De illusie van controle
De populariteit van wearables groeit explosief. Wereldwijd dragen inmiddels honderden miljoenen mensen een smartwatch die niet alleen stappen telt, maar ook slaap, hartslag en zelfs stemming probeert te meten.
Voor fabrikanten als Apple, Fitbit en Garmin is stressmeting een gezondheidsfunctie die inzicht belooft in iets dat tot voor kort onzichtbaar was.
De gedachte is verleidelijk. Stress, zo zeggen de algoritmen, laat zich vangen in cijfers. Een piek in je hartslagvariabiliteit? Te weinig herstel. Een onrustige nacht, gemeten door het dingetje om je pols? Tijd om te ontspannen.
Toch waarschuwen onderzoekers dat de werkelijkheid een stuk complexer is. Stress is niet alleen iets dat in je lichaam gebeurt, maar het resultaat van een samenspel tussen wat je voelt, wat je denkt en de situatie waarin je zit. Een verhoogde hartslag kan net zo goed duiden op enthousiasme als op spanning.
Nederlandse onderzoekers meten mee
In Nederland onderzoekt het DESTRESS-project (Amsterdam UMC, TU Delft, Universiteit Leiden e.a.) onder andere hoe technologie kan helpen om stress beter te begrijpen. Binnen het onderzoek worden zo’n duizend werknemers maandenlang gevolgd via smartwatches en apps die continu data verzamelen over bijvoorbeeld hartslag, slaap en stemming. De hoop is dat patronen zichtbaar worden die kunnen voorspellen wanneer stress zich opbouwt, nog voordat klachten ontstaan.
“We willen stress niet genezen, maar begrijpen,” zegt projectleider prof. Marieke van der Molen (Amsterdam UMC). “Technologie kan ons laten zien hoe spanning zich in het dagelijks leven ontwikkelt. Alleen dan kun je preventief ingrijpen.”
De onderzoekers combineren de gemeten gegevens met korte vragenlijsten in een app. Zo wordt niet alleen gemeten wat er in het lichaam gebeurt, maar ook hoe iemand zich voelt.
Wat meten wearables nu echt?
De meeste consumentenhorloges baseren hun “stressscore” op hartslagvariabiliteit (HRV): kleine schommelingen tussen twee hartslagen. Bij acute stress daalt die variabiliteit, omdat het lichaam overschakelt naar de bekende vecht-of-vluchtstand. Daarnaast gebruiken sommige apparaten EDA-sensoren en ademfrequentie.
Het probleem: die signalen zijn gevoelig voor ruis. Koffie, beweging of zelfs een slechte bluetooth-verbinding kunnen de meting beïnvloeden. Bovendien zijn algoritmen zelden openbaar; fabrikanten houden geheim hoe ze de ruwe data vertalen naar een ‘stressniveau’.
“Het lijkt objectief, maar er zitten veel aannames onder,” zegt psychofysioloog Ralph Klein (RUG). “Een smartwatch meet fysiologische activatie, geen emotie. Zonder context weet je niet of dat spanning of juist betrokkenheid is.”
Data zonder duiding is ruis
Dat maakt de interpretatie lastig. Een melding op je smartwatch “je stressniveau is hoog” kan op zichzelf al stressverhogend werken: gebruikers raken bezorgd over hun gezondheid of proberen krampachtig hun waarden te verbeteren. Volgens gedragswetenschappers is technologie pas waardevol als ze uitnodigt tot reflectie in plaats van controle.
Van meten naar weten
De volgende stap is volgens onderzoekers contextuele intelligentie: apparaten die niet alleen cijfers tonen, maar begrijpen waarom stress ontstaat. Data moeten worden gecombineerd met agenda’s, locatie, sociale situatie bijvoorbeeld subtiele veranderingen in intonatie.
Allemaal leuk en aardig maar dat roept direct ethische vragen op: wie mag die data inzien, en hoe voorkom je dat stressscores worden gebruikt voor personeelsbeleid of voor bijvoorbeeld de aanvraag van een verzekering? Zonder duidelijke grenzen kan wat bedoelt is als handig zelfinzicht veranderen in een soort big brother.
Tot slot
De smartwatch als stressmeter is een interessante innovatie, maar voor het duiden van de informatie van je wearable moet je toch, voorlopig althans, vooral bij jezelf te rade gaan. Sensoren kunnen signalen opvangen, maar niet alle factoren meewegen. Werd je hartslag verhoogt door je irritante baas? Of door die hele leuke collega van sales? Of omdat je, sportief als je bent, de trap neemt in plaats van de lift? Voorlopig is dat wezen wat vastzit aan die smartwatch nog heel hard nodig om de data te interpreteren.
Nutteloos dus, je wearable? Nee, het is absoluut een slim apparaatje om je aan het denken te zetten, maak ik me niet te druk? Is het niet tijd voor een rustmomentje? En dat kan best handig zijn. Verder wachten we de innovaties en onderzoeken maar rustig af. Ik ben benieuwd.
Jan Jaap Verolme